Biologisch is voor welgestelden

Vorige week op restaurant geweest. Te gast bij Gast zullen we maar zeggen. Het eten was uitstekend, de conversatie geanimeerd. Al snel kwam het gesprek op biologisch en Fair Trade. Over het laatste waren we snel eens: Fair Trade-producten, hoe sympathiek het idee ook is, leveren geen substantiële bijdrage aan de welstand van de betrokken boeren. Met het begrip biologisch hadden we wat meer moeite. Wel kwamen we tot de conclusie dat je goed in de slappe was moet zitten om iedere dag voedsel van biologische afkomst op tafel te kunnen zetten.

Een van de tafelgenoten vroeg zich af waarom de klanten van biologische winkels er altijd zo ongezond uitzien. Hilariteit. Wat te denken van de vergelijking tussen de 51 jarige gezondheidsgoeroe Gillian McKeith en de even oude tv-chef Nigella Lawson. Twee foto's, twee totaal verschillende personen. De een fris en fruitig, de ander oud en rimpelig. De oorzaak zal zeker niet liggen in het gezondheidsdieet van de dokter Gillian McKeith, maar toch, het verschil is frappant.

Biologisch voedsel is duur, stelt een van de disgenoten. Dat roept vragen op. Je moet redelijk welgesteld zijn om iedere dag biologisch eten op je bord te krijgen. Er zijn mensen die daar nooit aan toekomen. Soms is er gewoon geen keuze. Neem de film over voedselethiek Food Inc. Daarin komt een Latijns-Amerikaans gezin voor. Man en vrouw werken allebei. Ze hebben de keuze òf hun kinderen naar school sturen en hamburgers van McDonald's eten òf vers voedsel bij een supermarkt halen en hun kinderen niet naar school sturen. Zie hier de kloof tussen de arm en rijk. In Nederland is die kloof misschien nog niet zo scherp. Toch zijn over ons land cijfers voor handen waaruit blijkt dat rijken gezonder zijn, dan armen.

Gedrieën waren we het er over eens dat er goed voedsel beschikbaar moet zijn voor iedereen. De sleutel ligt bij zelf koken en dat niet over te laten aan de industrie. Hun voedsel is te zoet, te vet en te zout, gewoon omdat de grondstoffen goedkoop zijn en omdat het lekker is. Het beroemde merk Campbell was in de jaren tachtig van de vorige eeuw de grootste soepverkoper van de Verenigde Staten. Niet minder dan 98 procent van de Amerikaanse bevolking kocht soep en 93 procent daarvan was Campbell soep. Men had vijf soorten kippensoep in het assortiment met prijzen van 29 dollarcent tot 1,99 dollar. Uit test was gebleken dat mensen met een laag inkomen de meest zoete smaak hadden. Dus de goedkoopste soorten waren het zoetst.

Het opdracht van Michael Pollan, dat we weer zelf moeten gaan koken, moeten we eigenlijk meer als uitdaging zien, dan het Slow Food-adagium Good, Clean, Fair - hoe aantrekkelijk dat ook klinkt. Door de weg van Slow Food te volgen zal goed voedsel altijd iets van de rijkeren blijven en dus iets elitairs blijven houden. Een goed-voedsel-revolutie kan echter in gang worden gezet, wanneer er op school naast rekenen en taal het koken weer als normaal vak wordt ingevoerd. Voor arm en rijk.

En dat overdacht ik na een etentje in een elitaire setting.

Toon meer artikelen