Oud zeer - over stadslandbouw
Soms blijven dingen knagen. Niet dat je er iedere nacht van wakker ligt, maar soms duikt iets uit je onderbewuste op dat lang vergeten leek. Ook zoiets als 'eetbaar groen'.
Ik heb me een korte tijd druk gemaakt over de duurzaamheid van mijn leefgemeente Zutphen. Voor het monitoren van die duurzaamheid was een Visiegroep in het leven geroepen. De gemeente legde daarvoor een klein bedrag op tafel, zodat er koffie en af en toe een flesje wijn kon worden gekocht om de soms loodzware gesprekken toch iets luchtigs te geven.
De Visiegroep Duurzaam Zutphen, waarvan de samenstelling in de laatste periode snel wisselde, is inmiddels ter ziele. Aan de duurzaamheid van de antroposofische hoofdstad van Nederland hoeft niet meer te worden gewerkt. Alles lijkt volbracht.
Tijdens één van de maandelijkse bijeenkomsten kwam de Groenatlas van Zutphen ter sprake. Ooit was dit stuk aan de Visiegroep voorgelegd. De groep heeft kritisch naar het plan gekeken, zo werd medegedeeld. Maar suggesties om 'eetbaar groen in de openbare ruimte' aan het plan toe te voegen, werd door de presenterende openbaar-groen-ambtenaar ondergeschoffeld. Dat werkt vandalisme maar in de hand, was zijn opvatting.
In die tijd deed het gedachtegoed van de Britse architecte Carolyn Steel nogal opgang en de 'eetbare stad' was hot. Critici wezen er terecht op dat het idee van de 'eetbare stad' en stadslandbouw het wereldvoedselprobleem niet zou oplossen. Wel vond iedereen het een goed idee om de stadsbewoner weer te verbinden met zijn voedsel. U kent het: melk komt uit pakken, kip uit de diepvries en sla uit zakjes. Overal in Nederland ontstonden initiatieven voor stadslandbouw.
In Rotterdam-Schiebroek startte de verguisde woningcorporatie Vestia een stadslandbouwproject onder leiding van Caroline Zeevat. Tussen de zestigerjaren flats in de wijk Schiebroek werden door de bewoners groentetuinen ingericht. Door de dames uit de buurt, die de tuinen samen onderhouden, wordt met de opbrengst samen gekookt en het resultaat wordt op de Rotterdamse Oogst Markt verkocht. Een succes dus. Het wereldvoedselprobleem wordt er niet mee opgelost, maar de saamhorigheid in de buurt is er wel mee gediend. En vandalisme? Daarvan is geen sprake.
Rotterdam-Schiebroek is maar een voorbeeld. Er zijn nog talloze voorbeelden te noemen. In alle gevallen stopt het vandalisme bij de toegang tot de tuinen, een hek dat niet op slot is.
Mijn woonplaats Zutphen heeft nu ook zijn stadslandbouwproject en dat is te prijzen. Maar het project Helbergen is eigenlijk niets anders dan een volgend, en dan nog tijdelijk volkstuinproject. Wil je met stadslandbouwproject echt iets betekenen dan moet je eigenlijk de buurt teruggeven aan de burgers. Laat zij maar beslissen hoe ze het openbaar groen inrichten.
We moeten naar een participatie maatschappij. Laat de burger dan ook daadwerkelijk participeren. Stimuleer hem daarin. Je moet wel voor lief nemen dat de gekozen oplossingen niet altijd jouw oplossingen zijn.